• drop

Nieuws

Onze inzet zorgt voor positieve resultaten

  • innovatie-killers in de zorg!

    5 innovatie-killers in de zorg! (en wat ermee te doen)

    Ik heb de afgelopen jaren in de gezondheidszorg vele redenen gehoord waarom het niet geschikt was om te innoveren. En het bijzondere van de redenen is dat ze vaak volkomen logisch lijken, maar het vaak niet zijn. Het vervelende is dat deze innovatie-killers er voor zorgen dat je harder moet werken om gemotiveerd te blijven. Maar als je deze innovatie-killers gaat herkennen, weet je hoe je ze kan omzetten in kansen voor innovatie trajecten! Hieronder deel ik de 5 meest voorkomende innovatie killers en hoe je ermee kan gaan!

    1. “Wij kunnen het ons niet veroorloven om fouten te maken…”
    Weet je hoe het eerste vliegtuig, auto of iPhone ontwikkeld is? Precies! Door heel veel fouten te maken en daarvan te leren. Fouten maken is namelijk essentieel om te ontwikkelen en je dienst te verbeteren. Niet voor niets is Lean startup een succesvolle methodiek waar menig startup razendsnel leert van zijn fouten en daardoor sneller tot een succesvol product komt. Het is de kunst om een eerste innovatie casus te vinden waarbij fouten maken mag. Zo moet je niet direct een innovatietraject starten met zorggebruikers, maar kan je wel beginnen bij een stafafdeling. Kijk dus goed waar een relevante casus te vinden is, en waar ruimte (hoe klein ook) is om een innovatie traject te starten.

    2. “De patiënt zit hier niet op te wachten…”
    ‘De patiënt’ bepaalt liever zelf of hij er niet of wel op zit te wachten. Ook in de gezondheidszorg zie je de emancipatie van de zorggebruiker groeien, waardoor professionals niet meer ‘over’, maar ‘met’ de zorggebruiker praten. En hier ligt wellicht ook wel je grootste troef als innovator. Begin bij de zorggebruiker om uit te zoeken waar hij/ zij ontevreden is over de zorgverlening, en werk dit uit in een patiënt journey of waardepropositie. Je zal namelijk geen zorgmanager of directeur vinden die je innovatie traject afwijst als jij aan kan tonen waar de zorggebruiker echt ontevreden over is. Zodra jij duidelijk aan kan tonen waar de zorggebruikers last van hebben en waar ze mogelijk blij van worden, zal je bovenstaand excuus dus niet meer horen!

    3. “Wij zijn er om te zorgen, niet om te innoveren…”
    “Wij zijn geen innovatie bedrijf, maar een zorgorganisatie” hoor ik regelmatig in de wandelgangen. Maar betekent dit dat we daarom niet moeten innoveren op onze zorgverlening? Florence Nightengale is de grondlegger van wat we nu als de ‘verzorgingsstaat’ kennen vanwege het feit dat zij geen genoegen name met de status quo. Ze wist het vak verpleegkunde te innoveren tot wat het nu is, door meerdere onderzoeken te doen en disciplines te combineren om betere kennis te ontwikkelen rondom hygiëne en ziektes. Innovatie is dus een kloppende ader door de ontwikkelingen van de gezondheidszorg. Zonder innovatie geen penicilline, röntgen apparaat of MRI scans! Innovatie is dus geen activiteit maar meer een momentum waarbij een organisatie beseft dat niets doen gevaarlijker is dan drastisch te veranderen.

    4. “We hebben geen (priori) tijd voor innovatie…”
    Als je dit hoort, kan je 2 dingen doen. Of je wacht rustig af totdat de nood zodanig hoog is, dat de organisatie wel wil innoveren of je helpt ze een handje om de prioriteit te laten zien. Dat een organisatie het niet als prioriteit ziet heeft namelijk vaak te maken met 2 dingen:
    Ze zitten zo diep in de problemen dat ze oogkappen op hebben: Zit jouw zorg organisatie zo diep in de problemen dat ze helemaal naar binnen gekeerd zijn? Inventariseer dan wat de grootste zorgen zijn bij de organisatie, zorgverleners en bij de zorggebruikers. Combineer deze informatie in 1 heldere schets en ga eens langs bij concurrerende zorgorganisaties. Hoe hebben zij deze uitdagingen opgelost? Welke oplossingen hebben zij bedacht die jouw organisatie ook kan gebruiken? Door oplossingen aan te bieden voor de meest urgente problemen ontstaat er lucht en ruimte om daarna te werken aan innovatieve oplossingen!
    Ze zitten nog te ruim in hun vel, waardoor productie draaien focus heeft: Er zijn ook zorg organisaties die ruim in hun jasje zitten waardoor het een risico is om het huidige zorgproces te veranderen. Als dit bij jullie ook het geval is, bedenk dan eens in welke business je eigenlijk zit? En probeer dan breder te kijken dan de zorg. Waarom komen mensen naar jullie toe? Wat willen zij bereiken in het leven en hoe voldoen jullie aan deze wensen? Zo zie je tegenwoordig dat algeheel welzijn belangrijker wordt dan alleen de lichamelijke gezondheid. Als je een breder beeld hebt van jullie ‘business’ zal je ook andere concurrenten tegenkomen die een bedreiging kunnen zijn voor de organisatie. Wist je namelijk dat v.d. Valk hotels nu ook zorghotels hebben? Zij zijn namelijk heel sterk in hospitality (waar zorg niet in uitblinkt) en gaan daarbij zorg verlenen. Door je manager/ directeur op een andere manier naar jullie zorgverlening te laten kijken en mogelijke concurrenten die op de loer staan, creëer je meer prioriteit om te innoveren binnen de organisatie.

    5. “We hebben geen geld voor innovatie…”
    Dit is een reden waardoor innovatie trajecten stil komen te staan, of niet eens beginnen. Toch zie ik ook dat er soms veel geld verspilt wordt aan projecten die uiteindelijk op niets uitlopen. ‘wel of geen geld hebben’ is blijkbaar iets relatiefs wat meebeweegt met de verwachte opbrengsten die een zorg organisatie ziet. Het ligt dus aan hoe je het brengt, een les die marketeers op dag 1 al krijgen. Vertel je je baas hoeveel geld je nodig hebt voor dat toffe idee? Of vertel je de extra kosten die de afdeling nu maakt, en hoe jij met jou innovatieve oplossing deze kosten terug kan brengen? Start daarom dus met te onderzoeken welke pijnpunten de organisatie heeft.Interview direct betrokkenen rondom dit pijnpunt en schrijf dit op in verhalen (interviews zorggebruikers) maar ook in cijfers (percentage, euro’s verlies). Zodra jij een duidelijk verhaal hebt waarin je de pijnpunten kwalitatief en kwantitatief kunt weergeven en oplossingsrichtingen laat zien die je wilt verkennen, zal een baas je moeilijk kunnen afwijzen. Hiervoor geld ook de regel 2:1=3; Als de kosten twee (2) maal hoger zijn, dan de investering (1) om uiteindelijk tot een positieve uitkomst (3) te komen, zal je meer kans maken om te mogen innoveren.

     Lees meer...

  • Hoe onrealistisch is onrealistisch

    Hoe onrealistisch is onrealistisch

    Zal de mens ooit op een andere planeet kunnen wonen? Er zijn nu al behoorlijk uitgewerkte plannen om mensen naar Mars te brengen. Dat lijkt misschien onrealistisch. Maar dat dachten we ook voordat de eerste man op de maan liep. Bij elke opzienbarende uitvinding in de geschiedenis waren er mensen die riepen dat het niet mogelijk was: het doel was onrealistisch! Toch bleven anderen dromen en pogingen ondernemen. Dat ging niet altijd zonder slag of stoot. Voordat het de gebroeders Wright lukte om een vliegtuig in de lucht te houden, zijn er heel wat mislukte pogingen ondernomen. De critici schudden hun hoofd: onrealistisch! Ook Sporters leggen de lat voor zichzelf steeds een stukje hoger. Daardoor behalen ze resultaten die eerder als onrealistisch werden gezien.
    SMART of niet?

    U kent ongetwijfeld de SMART-voorwaarden waaraan doelen worden beoordeeld. Goede doelen moeten volgens dit principe Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden zijn. Gevoelsmatig klinkt dat logisch. Het is immers een goede poging om vaagheid te voorkomen. Toch is het feitelijk niet juist. Er is bijvoorbeeld helemaal niets meetbaars aan een doel. Alleen de behaalderesultaten kun je meten, niet de beoogderesultaten. En daarin zit een verschil. Vaak worden het doel en het resultaat als synoniemen beschouwd. Het zijn echter twee totaal verschillende dingen.  Een doel hoeft niet realistisch te zijn. Of een poging misschien onrealistisch was, weet je pas achteraf.

    Doel of resultaat?
    U stelt doelen en u streeft naar goede resultaten. Dit lijkt hetzelfde, maar er zijn essentiële verschillen. Bij een doel gaat het om uw voornemen om iets te bereiken, waarbij u zich ook een voorstelling maakt van de route er naartoe. U gelooft erin en bent bereid om er alles aan te doen om het te behalen. Maar in feite is het doel alleen nog maar uw wens of droom. Het resultaat is wat u uiteindelijk behaalt. Het resultaat kan overeenkomen met het doel dat u zich had gesteld. Het kan ook extra meevallen of tegenvallen. Zodra het resultaat er is, is dat onveranderlijk. U kunt terugkijken op het proces en ervan leren voor de toekomst. Het resultaat zegt niets over hóé u het bereikt hebt.
     
    Geloven in het onmogelijke
    Op het werk worden doelen en resultaten vaak aan elkaar gekoppeld. Er wordt steeds gepoogd om realistische doelen te stellen die haalbaar zijn binnen een bepaald tijdsbestek. Als het doel uiteindelijk niet behaald wordt, wordt dat soms gevoeld als een mislukking. Maar is dat zo? Een wat te hoog gegrepen (onrealistisch) doel kan wel degelijk leiden tot bijzonder goede resultaten. Een voorbeeld is de poging van Maarten Van Der Weijden om de elf stedentocht te zwemmen. Zijn doel was deze zwemtocht van bijna 200 km langs de 11 steden in Friesland te volbrengen. Maarten heeft dit doel uiteindelijk niet behaald, maar wat een fantastisch resultaat! Zou hij dit resultaat ook behaald hebben als hij zich een ‘realistisch’ doel had gesteld, van bijvoorbeeld 6 steden? Waarschijnlijk niet! Juist zijn geloof in de mogelijkheid, het vertrouwen in zichzelf, zijn bereidheid om zich helemaal te geven en zijn volharding, hebben het mogelijk gemaakt om dit te doen. Moet hij zich dan ongelukkig voelen omdat zijn doel niet behaald is? Nee, zijn doel heeft hem alleen geholpen.

    Streven naar het maximaal haalbare
    Als doelen realistisch moeten bestaat het gevaar dat de doelen naar beneden worden bijgesteld om ze te kunnen behalen. Stel dat u een dochter hebt op de middelbare school. Aardrijkskunde is niet haar sterkste vak en bij een proefwerk is ze al blij met een voldoende. Met dit doel in gedachten gaat ze leren. De stof blijkt toch mee te vallen en na een uurtje leren denkt ze dat ze het wel weet. Uiteindelijk krijgt ze een 6. Daar is ze blij mee – haar doel is behaald. Wat zou er gebeuren als ze zich zou voornemen een 10 te halen? Dit lijkt onrealistisch. Ze is immers niet goed in Aardrijkskunde. Toch gaat ze voor het maximale. Als ze geleerd heeft, leest ze de stof nog een keer door. Ze ontdekt dingen die ze toch nog niet helemaal begrijpt en verdiept zich daar extra in. Ze denkt het nu goed te kennen. Bij het proefwerk haalt ze een 7. Haar doel is niet behaald, terwijl haar resultaat beter is. Misschien voelt ze zich ondanks haar goede cijfer nu helemaal niet zo gelukkig. Daardoor is ze misschien geneigd om de volgende keer haar verwachtingen omlaag bij te stellen. Het is de kunst om doel en resultaat van elkaar los te koppelen: streven naar het hoogst mogelijke doel, maar u niet laten frustreren als het resultaat anders is. Aan het resultaat kunt u niets meer veranderen. Geniet ervan als dat goed is. Leer ervan als het tegenvalt. En durf opnieuw onrealistische doelen te stellen. hoe onrealitisch deze ook zijn! Lees meer...

Recente nieuwsberichten

Recente projecten

Recente tweets

  • @frans_blom https://t.co/XdYNkJi7tP https://t.co/30TNFEZPGkongeveer 105 dagen geleden geleden

  • @frans_blom https://t.co/ZhLW3aEwa3 https://t.co/RvOJEe8PwUongeveer 124 dagen geleden geleden